Neem Contact Op +31 (0) 73 64 88 990
  • linkedin link

Fiscale maatregelen in verband met Coronavirus

Op 24 april 2020 heeft de Nederlandse overheid opnieuw verdere verduidelijking gegeven over de maatregelen die eerder waren aangekondigd om de Nederlandse economie en ondernemingen te helpen de verwachte economische tegenslag die het coronavirus met zich meebrengt, het hoofd te bieden. Hierna leest u welke maatregelen dit zijn en wat Taxperience hierin voor u kan betekenen. De nieuwste informatie leest u bovenaan in deze update.

VERLAGEN GEBRUIKELIJK LOON

De Staatssecretaris heeft goedgekeurd dat indien een DGA te maken krijgt met een omzetdaling als gevolg van het coronavirus het gebruikelijk loon evenredig verlaagd mag worden. Hierbij wordt de omzet van 2020  vergeleken met de omzet in dezelfde periode van 2019. Verdere vormgeving en voorwaarden worden zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. Eerder was al goedgekeurd dat de DGA zijn gebruikelijk loon pas aan het einde van 2020 vaststelt. Loon dat al is genoten in de afgelopen maanden mag niet verlaagd worden.

EXCESSIEF LENEN BIJ EIGEN VENNOOTSCHAP

Zoals eerder door ons aangekondigd zou per 2022  de nieuwe wet excessief lenen bij de eigen vennootschap in werking treden. Deze wet wil leningen boven de € 500.000 (exclusief eigen woning lening) bij de eigen vennootschap ontmoedigen. Schulden die de drempel te boven gaan, zullen leiden tot belastingheffing.

Om de DGA langer de tijd te gunnen om de schulden aan de eigen vennootschap af te lossen en/of te verminderen voor invoering van de nieuwe wet, heeft het  Kabinet  besloten de inwerking met 1 jaar uit te stellen naar 1 januari 2023.

URENCRITERIUM

Om gebruik te maken van de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting geldt het zogenaamde urencriterium. Dit houdt in dat een ondernemer minimaal 1.225 uur in een kalenderjaar aan zijn onderneming moet besteden. Over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 wordt een ondernemer geacht ten minste 24 uren per week aan zijn onderneming te hebben besteed. Dit is ongeacht het feit of deze uren daadwerkelijk door de ondernemer zijn  besteed.

Deze maatregel is ingesteld om ondernemers tegemoet te komen die door de coronacrisis en de daaromtrent genomen maatregelen niet zouden voldoen aan het urencriterium.

De keuze voor 24 uren is logisch aangezien dit het wekelijks gemiddelde is van het jaarlijkse urencriterium van 1.225 met een afronding naar boven. Voor het verlaagde urencriterium wordt daarom gerekend met 16 uren per week.

Voor ondernemers die in een seizoensgebonden onderneming actief zijn, geldt dat er een aanvullende regeling komt om ook hen tegemoet te komen.

WERKKOSTENREGELING

Sinds 1 januari 2020 kent de vrije ruimte van de werkkostenregeling een tweeschijvensystematiek. Hierbij is het mogelijk om over een loonsom tot € 400.000, een onbelaste vergoeding aan de werknemers te geven van maximaal 1,7%. Over het meerdere van de loonsom geldt een lager percentage (1,2%). Door de coronacrisis is besloten om voor het jaar 2020 het hogere percentage van 1,7% verder te verhogen naar 3%. Het ministerie van Financiën wil werkgevers de mogelijkheid bieden om werknemers een extra onbelaste beloning te geven. Dat kan al tijdens de crisis of erna, zolang dit maar in 2020 plaatsvindt. De vergroting van de vrije ruimte van maximaal € 5.200 levert de werkgever een maximale besparing op van € 4.160 in 2020.

BETAALPAUZE VOOR HYPOTHEEKVERPLICHTING

Indien een consument door de coronacrisis zorgen krijgt over de betaalbaarheid van zijn hypotheek, kan deze met de kredietverstrekker in overleg een oplossing proberen te vinden. Het Kabinet heeft eerder al met kredietverstrekkers gesproken over mogelijkheden om hun cliënten tegemoet te komen.

Een betaalpauze van de rente en/of aflossing van de hypotheek voor 6 maanden zou tot ongewenste fiscale gevolgen kunnen leiden voor de hypotheekrenteaftrek. De staatssecretaris zal hiervoor  een tweetal besluiten uitvaardigen om te zorgen dat de hypotheekrenteaftrek ondanks deze betaalpauze van 6 maanden gewaarborgd wordt.

VERLIESVERREKENING – CORONA RESERVE

In de vennootschapsbelasting is verliesverrekening over de verschillende jaren mogelijk. Hierbij kan het verlies  1 jaar achteruit en 6 jaren vooruit verrekend worden. Dit betekent dat een verlies uit het jaar 2020 kan worden verrekend met de winst uit 2019. In deze situatie krijgt een belastingplichtige (een gedeelte van) de eerder afgedragen vennootschapsbelasting terug.

Stel dat de onderneming als gevolg van de coronacrisis flinke verliezen heeft gemaakt in 2020, dan kan de onderneming het verlies verrekenen bij het doen van zijn aangifte. De aangifte vennootschapsbelasting kan pas in 2021 ingediend worden en de verliesverrekening (met de winst uit 2019) wordt pas vastgesteld bij de definitieve aanslag. Dit kan drie jaar duren.

Om vennootschappen tegemoet te komen bied het Kabinet de mogelijkheid om in de aangifte over 2019 een fiscale reserve te vormen ter grootte van het verwachte verlies van 2020. Hierdoor wordt de fiscale winst lager en zal er een lager belastbaar bedrag ontstaan. De coronareserve kan niet groter zijn, dan de winst uit 2019. Door de fiscale reserve in 2019 reeds op te nemen in de aangifte, wordt het verlies verrekenmoment naar voren gehaald. Hierdoor zal de liquiditeitspositie van de vennootschap verbeteren.

De exacte uitwerking van deze tegemoetkoming verwachten wij binnenkort.

 

TIJDELIJKE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING VOOR BEHOUD VAN WERKGELEGENHEID (NOW)

Op 31 maart 2020 heeft het kabinet laten weten hoe de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) eruit ziet. Op 23 april is aangekondigd dat werkmaatschappijen onder voorwaarden een zelfstandig beroep kunnen doen op de regeling.

Nieuwe aanvulling inzake de werkmaatschappijen

Op 23 april is aangekondigd dat werkmaatschappijen zelfstandig een beroep op de loonkostensubsidie (NOW) mogen doen. Voorwaarde is dat er op concernniveau geen sprake is van meer dan 20% omzetverlies, maar voor de betrokken werkmaatschappij wél. Andere eisen: het concern mag geen bonussen of dividend uitbetalen en geen aandelen inkopen. Ook moet er een overeenkomst gesloten worden met de vakbond of personeelsvertegenwoordiging over werkbehoud en mag er geen personeels-BV actief zijn binnen het concern. Tot slot gelden er administratieve waarborgen, zoals de eis dat er binnen het concern niet geschoven mag worden met omzet, personeelskosten of voorraden gereed product en mag het transfer pricing systeem niet aangepast worden.

 

Hoofdlijnen van de regeling

Ondernemingen die gedurende een aaneengesloten periode van 3 maanden minimaal 20% minder omzet verwachten kunnen bij het UWV een subsidie aanvragen. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het omzetverlies en bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Het UWV betaalt een voorschot van 80% van de aangevraagde subsidie.

Tijdlijn

1. Onderneming dient aanvraag om subsidie in bij UWV (vanaf 6 april)
2. UWV behandelt verzoek binnen 3-4 weken en start met uitbetalen van voorschot
3. Voorschot bedraagt 80% van de verwachte subsidie en wordt in drie termijnen
    uitbetaald
4. Na 1 juni dient de onderneming werkelijke cijfers in bij UWV
5. UWV bepaalt definitieve subsidiebedrag en afrekening volgt

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de NOW moet de onderneming:

- Minimaal 20% omzetverlies verwachten in een aaneengesloten periode van
   3 maanden die start op 1 maart, 1 april of 1 mei
- De lonen aan werknemers doorbetalen en geen ontslagaanvraag doen om
   bedrijfseconomische redenen
- De loonsom zoveel mogelijk gelijk houden
- De OR, personeelsvertegenwoordiging of als die er niet is de werknemers
  informeren dat er een subsidieverzoek is ingediend
- Een aanvraag indienen bij het UWV
- Na afloop van de subsidieperiode cijfers aanleveren over de werkelijke
   omzetdaling (met een accountantsverklaring vanaf een nader te bepalen grensbedrag)

Berekening omzetverlies

Voor de berekening van het omzetverlies mag de onderneming zelf kiezen wanneer de periode van 3 maanden start. Dat kan per 1 maart, 1 april of 1 mei zijn. De omzet van de gekozen driemaandsperiode in 2020 wordt vergeleken met de gemiddelde omzet in 3 maanden uit 2019. Daarvoor wordt gekeken naar de jaaromzet in 2019 en die wordt gedeeld door 4.

Voor het begrip omzet wordt aangesloten bij het jaarrekeningenrecht. Uitgangspunt is de netto-omzet.

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het omzetverlies en bedraagt steeds 90% van het percentage aan omzetverlies. Dus bij het volledig wegvallen van de omzet (100% omzetverlies) bedraagt de subsidie 90% van de loonsom. Als het omzetverlies 50% is, bedraagt de subsidie 45% van de loonsom.

Berekening loonsom

Voor iedere onderneming die een aanvraag indient wordt het voorschot op de subsidie berekend op basis van de loonsom van januari 2020. Het loon per werknemer wordt gemaximeerd tot € 9.538 per maand. Om ook rekening te houden met de werkgeverslasten (pensioenpremie, premie voor werknemersverzekeringen en reservering van vakantietoeslag) wordt het loon waarover de subsidie wordt berekend met 30% verhoogd. De uiteindelijke definitieve subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijke loonsom over de maanden maart, april en mei 2020 (dit geldt altijd, dus ook als gekozen wordt voor een periode van omzetdaling die ingaat op 1 april of 1 mei).

Concernregeling

Een onderneming die uit meerdere vennootschappen bestaat moet per loonheffingennummer een aanvraag indienen. Die aanvragen moeten wel allemaal zien op dezelfde periode van omzetverlies en het omzetverlies moet in alle aanvragen gelijk zijn. De reden daarvoor is dat het omzetverlies op concernniveau moet worden bepaald.

Ook ondernemingen die gebruik maken van meerdere loonheffingennummers moeten meerdere aanvragen doen omdat de aanvraag gekoppeld is aan het loonheffingennummer en de daarbij behorende loonsommen.

Uitbetaling van de subsidie

Nadat een aanvraag is ingediend probeert het UWV om het voorschot van de subsidie binnen 3-4 weken uit te betalen. Het voorschot is 80% van het verwachte subsidiebedrag. Dit voorschot wordt in drie termijnen uitbetaald.

Verantwoording achteraf

Na afloop van de subsidieperiode moet de onderneming de werkelijke omzetdaling doorgeven aan het UWV. Ook wordt dan bekeken wat de werkelijke loonsom was in de maanden maart, april en mei. Aan de hand van deze informatie wordt de uiteindelijke definitieve subsidie bepaald en vindt er een afrekening plaats.

DGA

De NOW geeft een tegemoetkoming in de loonkosten voor alle werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De meeste DGA’s zijn dat niet. Er wordt geen subsidie verleend voor het loon van de DGA die niet verzekerd is.

Internationale aspecten

Voor de loonsom die gebruikt wordt voor de berekening van de subsidie tellen alle werknemers mee die in Nederland sociaal verzekerd zijn. Ook het loon van uitgezonden werknemers kan daardoor in aanmerking komen. Niet in aanmerking komen de loonkosten voor werknemers die in een ander land sociaal verzekerd zijn, ongeacht de vraag of zij in Nederland wonen of werken.

 

TEGEMOETKOMING ONDERNEMERS GETROFFEN SECTOREN COVID – 19 (TOGS) (in eerdere berichtgeving ‘Noodloket’ genoemd)

Sinds vrijdag 27 maart kan de tegemoetkoming van € 4.000 aangevraagd worden bij de rijksdienst voor ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Dit is een eenmalige belastingvrije gift voor ondernemingen die rechtstreeks zijn getroffen door de overheidsmaatregelen.

 Het gaat om ondernemingen:

- die door overheidsingrijpen gedwongen hun deuren moeten sluiten;
- die dicht moeten vanwege het verbod op het organiseren van
   bijeenkomsten en evenementen;
- direct getroffen zijn door het negatieve reisadvies van het ministerie
   van Buitenlandse zaken.

Door de overheidsmaatregelen van het Corona virus zien ondernemingen hun omzet geheel of grotendeels verdwijnen. Om deze ondernemingen tegemoet te komen in hun vaste lasten en gedane uitgaven, kunnen zij een beroep doen op de belastingvrije gift van € 4.000. Deze tegemoetkoming geldt per onderneming (KvK inschrijving). Op het moment dat u meerdere groepsvennootschappen heeft, die allen aan de onderstaande voorwaarden voldoen, kunnen alle ondernemingen (per KvK inschrijving) een beroep doen op de regeling.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen moet de onderneming verwachten dat zij in de periode vanaf 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 door de overheidsmaatregelen tegen de bestrijding van het Corona virus:

- Een omzetverlies van tenminste € 4.000 zullen realiseren, en;
- Ten minste € 4.000 aan vaste lasten hebben, ook na het gebruik
   van andere steunmaatregelen.

Ook zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

- Op 15 maart 2020 is de onderneming ingeschreven in het handels-
   register in Nederland;
- De onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland;
- Bij de onderneming mogen maximaal 250 personen werkzaam zijn;
- De onderneming mag niet gevestigd zijn op het woonadres (met uitzondering van
   de horeca ondernemingen);
- Op basis van de inschrijving in het handelsregister en de daaraan gekoppelde
   bedrijfsindeling, de zogenaamde SBI code, wordt gekeken of de onderneming
   in aanmerking komt voor de TOGS. De volgende type ondernemingen komen
   in aanmerking:

      * eet- en drinkgelegenheden;
      * bioscopen;
      * haar- en schoonheidsverzorging: dit zijn kappers, pedicures, visagisten,
         et cetera;
      * reisbemiddeling en reisorganisaties;
      * rijschoolhouders;
      * sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen;
      * casino’s;
      * bepaalde private culturele instellingen zoals musea, circus, theaters,
         schouwburgen en muziekscholen;
      * winkeliers in de non-foodsector (zie hiervoor specifiek de onderstaande lijst)

De uitgebreide lijst met SBI codes kunt u vinden op https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/tegemoetkoming-schade-covid-19/vastgestelde-sbi-codes.

De aanvraag kan tot en met 26 juni 2020 aangevraagd worden via de website rvo.nl/tegemoetkomingcorona. De website is momenteel drukbezocht.

Mocht u recht hebben op de TOGS, maar zien dat u verkeerd geregistreerd staat bij de KVK dan kunt u dit melden bij RVO. Per geval zal naar de registratie gekeken worden. Hoe deze melding verloopt zal op de site van het RVO bekend gemaakt worden.

Mocht na controle achteraf blijken dat u niet aan de voorwaarden voldoet, dan bestaat er de mogelijkheid om het bedrag geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Hierbij wordt er wettelijke rente in rekening gebracht.

 

TIJDELIJKE OVERBRUGGINGSREGELING ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS (TOZO)

Zelfstandige ondernemers met & zonder personeel en DGA’s kunnen sinds vrijdag 27 maart de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) aanvragen bij de gemeente waar de ondernemer woonachtig is.

De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Dit sociale minimum bedraagt € 1.050 netto per maand voor alleenstaanden, voor gehuwden en samenwonenden bedraagt dit € 1.500 netto per maand. Op het moment dat beide partners ondernemer zijn, wordt maximaal het bedrag van € 1.500 uitgekeerd. Deze aanvulling geldt voor een periode van drie maanden, met terugwerkende kracht naar 1 maart 2020.

U kunt de ondersteuning aanvragen bij de gemeente waar u woonachtig bent. De gemeente zal bewijs opvragen om aan te tonen dat de bijstand noodzakelijk is. Per gemeente zijn er een aantal standaard documenten die u dient te verstrekken, echter werken alle gemeentes de regelgeving zelfstandig uit. Hierdoor kunnen de gevraagde documenten per gemeente verschillen.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden zijn van belang voor het gebruik maken van de TOZO:

- De onderneming moet voor 17 maart 2020 18:45 uur zijn ingeschreven bij de KvK;
- De onderneming wordt hoofdzakelijk in Nederland uitgeoefend;
- De regeling geldt voor inwoners van Nederlander vanaf 18 jaar tot AOW leeftijd
   die rechtmatig in Nederland wonen en verblijven;
- Er wordt voldaan aan het urencriterium van 1.225 uur in 2019. Mocht u nog geen
   jaar geleden gestart zijn met uw bedrijf dan dient u in de periode voor
   1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week in/aan uw bedrijf gewerkt
   te hebben.
- De ondersteuning is een aanvulling tot het bijstandsniveau. Mocht er een
   gedeeltelijke terugval zijn in het inkomen, dan wordt het inkomen deels
   aangevuld. Op het moment dat de ondernemer ook werkzaamheden in
   loondienst verricht, die het bijstandsniveau overtreffen, dan komt u niet
   in aanmerking voor de TOZO.

DGA

De Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) kan gebruik maken van de TOZO wanneer de vennootschap niet in staat is om het salaris van de DGA te betalen. Voor de DGA gelden ook bovenstaande eisen waaronder het urencriterium (zie hiervoor  ook hierboven urencriterium). De DGA komt in aanmerking voor de TOZO wanneer deze een volledig financieel belang en de volledige zeggenschap heeft in de vennootschap. Op dit moment is het nog onduidelijk hoe voorgaande voorwaarden geïnterpreteerd dienen te worden.

Voor meer informatie over het eventueel verlagen van het gebruikelijk loon zie hier boven.

Overige opmerkingen

- Er zal geen vermogenstoets plaatsvinden zoals gebruikelijk bij de bijstand.
   Ook wordt het inkomen van de echtgenoot / partner niet meegenomen.
- De TOGS heeft geen invloed op de TOZO;
- De TOZO is zoals aangegeven een netto uitkering maar heeft wel invloed
   op het verzamelinkomen voor de inkomensafhankelijke toeslagen.
- Gemeentes gaan achteraf controleren of de TOZO rechtmatig is aangevraagd.
   Mocht na een controle blijken dat er sprake is van fraude dan zal er worden
   teruggevorderd met boetes.
- De inlichtingenplicht van de Participatiewet is van toepassing.
- Het is mogelijk om naast de TOZO gebruik te maken van een lening tot
   maximaal € 10.157 om de liquiditeitsproblemen op te lossen. Deze lening
   wordt verstrekt met een looptijd van maximaal drie jaar en een rente-
   percentage van 2%, waarbij de eerste aflossing plaatsvindt per
   1 januari 2021.

Om te controleren of u in aanmerking komt voor de TOZO, kunt u de website www.krijgiktozo.nl bezoeken.

 

BIJZONDER UITSTEL VAN BETALING

Voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en de loonheffingen is het onder voorwaarden mogelijk uitstel van betaling te krijgen.

Om ondernemers te helpen liquiditeitsproblemen het hoofd te bieden, heeft de Nederlandse overheid besloten om ondernemers die daarom verzoeken een bijzonder uitstel van betaling te verlenen. Invordering van deze belastingen wordt stilgezet zodra er een schriftelijk verzoek tot bijzonder uitstel bij de Belastingdienst binnen is. In dit verzoek dient u aan te geven hoe het Corona virus uw onderneming raakt. Het verzoek wordt handmatig op een later moment beoordeeld.

De belastingdienst heeft bekendgemaakt dat het niet nodig is om een deskundigenverklaring aan te leveren voor het bijzonder uitstel van drie maanden.  Mocht u gebruik willen maken van een langer uitstel van betaling, dan dient u wel een deskundigenverklaring mee te sturen.

Op het moment dat u de verschillende belastingen en heffingen niet kunt betalen is het belangrijk om een melding betalingsonmacht bij de belastingdienst in te dienen. De melding betalingsonmacht bij de omzetbelasting en/of loonheffingen dient ingediend te worden binnen 14 dagen na het einde van de reguliere betalingstermijn. Op het moment dat u een aanslag tussentijds (gedeeltelijk) betaalt, dient u opnieuw een melding betalingsonmacht in te dienen. Het is belangrijk om goed op de verschillende termijnen te letten.

Als u van dit uitstel gebruik wilt maken, neem dan contact op met uw contactpersoon bij Taxperience. Wij zullen dan in samenwerking met de betreffende specialisten binnen Taxperience de mogelijkheden onderzoeken en, wanneer mogelijk, het verzoek indienen.

 

BELASTING & INVORDERINGSRENTE EN VERZUIMBOETE

Invorderings- en belastingrente verlaagd naar 0,01% en geen verzuimboete opgelegd.

Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen verlaagt het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden.

Naast invorderingsrente worden ondernemers ook geregeld geconfronteerd met belastingrente. Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen. Om ondernemers tegemoet te komen zal het kabinet het percentage van de belastingrente ook tijdelijk verlagen naar 0,01%. De tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

De Belastingdienst heeft aangegeven de komende tijd geen verzuimboetes op te leggen voor het niet (tijdig) betalen van het verschuldigde bedrag en de geheven boetes terug te draaien. Dit in samenhang met het bijzonder uitstel van betaling. Aangezien de verzoeken tot uitstel van betaling handmatig moeten worden verwerkt  en verwacht wordt dat veel ondernemingen hier gebruikt van maken, kunnen de behandeltijden oplopen. Wij raden dus aan om tijdig en op de juiste wijze een verzoek in te dienen. Wij kunnen u hier uiteraard bij helpen.

 

VERZOEK VERMINDERING VOORLOPIGE AANSLAG

Vermindering voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting is mogelijk.

Via de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, heft de Belastingdienst door het jaar heen, in termijnen de verwachte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Deze voorheffing wordt vervolgens bij de definitieve aangifte gecorrigeerd. Als een ondernemer verwacht een lagere winst te maken door het coronavirus, is het mogelijk de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting naar beneden bij te stellen. Hierdoor daalt de te betalen belasting meteen. De Belastingdienst zal deze verzoeken inwilligen. Let op, indien bij het doen van de definitieve aangifte een belasting verschuldigd is en deze aangifte is gedaan na 1 mei voor de inkomstenbelasting of 1 juli voor de vennootschapsbelasting, kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Deze rente is 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Deze rente wordt zoals hierboven aangegeven tijdelijk verlaagd.

Taxperience kan het verzoek voor vermindering van de voorlopige aanslag Inkomstenbelasting of Vennootschapsbelasting voor u opstellen en indienen. Neemt u hiervoor contact op met uw contactpersoon. Deze zal dan, in overleg met u, beoordelen wat de mogelijkheden zijn en daarna dit verzoek door de specialistische afdeling binnen Taxperience laten opstellen.

 

OVERIGE MAATREGELEN

Naast enkele fiscale maatregelen zijn er ook overige economische maatregelen aangekondigd.

Door de Nederlandse overheid zijn er zowel op nationaal als internationaal niveau nieuwe maatregelen aangekondigd om de economische gevolgen van het coronavirus te bestrijden. Hiertoe zijn in nationaal verband enkele concrete toezeggingen gedaan door de Nederlandse overheid. Het betreft de verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten, Borgstelling MKB-Landbouwkredieten, uitstel aflossingsverplichting & renteverlaging Qcredits en aanpassing van de WW premie. 

Tot slot is er duidelijk aangegeven dat indien nodig aanvullende maatregelen worden genomen.

Indien u vragen heeft over deze verruimingen van de regelingen, neem dan even contact met ons op.

 

Kik hier voor PDF versie