Neem Contact Op +31 (0) 73 64 88 990
  • linkedin link

Fiscale maatregelen in verband met coronavirus – steunpakket deel 2

Op 20 mei 2020 heeft de Nederlandse overheid een tweede steunpakket bekend gemaakt om de Nederlandse economie en ondernemingen te helpen de verwachte economische tegenslag die het coronavirus met zich meebrengt, het hoofd te bieden. Hierna leest u welke maatregelen (nog steeds) van kracht zijn per 1 juni 2020 en wat Taxperience hierin voor u kan betekenen. De nieuwste informatie leest u gelijk bovenaan.

 

TIJDELIJKE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING VOOR BEHOUD VAN WERKGELEGENHEID (NOW)

De NOW regeling wordt verlengd en hierna de NOW 2.0 genoemd. Hierbij zijn aanvullende voorwaarden opgenomen. Het streven is om per 6 juli 2020 de NOW 2.0 open te stellen voor aanvragen in de tegemoetkoming van de loonkosten voor de maanden juni, juli en augustus 2020. De zogenaamde ‘ontslagboete’ is verzacht voor ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus 2020.

Hoofdlijnen van de regeling

Ondernemingen die gedurende een aaneengesloten periode van 3 maanden minimaal 20% minder omzet verwachten kunnen bij het UWV een subsidie aanvragen. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het omzetverlies en bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Het UWV betaalt een voorschot van 80% van de aangevraagde subsidie.

Voor zowel ondernemingen die gebruikt hebben gemaakt van NOW 1.0 als bedrijven die hier geen gebruikt van hebben gemaakt, is de NOW 2.0 toegankelijk.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de NOW 2.0 moet de onderneming:

- Minimaal 20% omzetverlies verwachten in een aaneengesloten periode van
   3 maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus;
- Verklaren geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen in te
   kopen over 2020 (deze voorwaarde geldt alleen als er bij de definitieve
   subsidie vaststelling een accountantsverklaring vereist is. Wanneer dat
   wel of niet nodig is wordt binnenkort bekend gemaakt);
- De lonen aan werknemers doorbetalen;
- De loonsom zoveel mogelijk gelijk houden;
- De OR, personeelsvertegenwoordiging of als die er niet is de werknemers
   informeren dat er een subsidieverzoek is ingediend;
- Voldoen aan een inspanningsverplichting om werknemers te stimuleren
   aan bij- of omscholing te doen;
- Ingeval de Wet Melding Collectief Ontslag van toepassing is, gedurende
   een periode van minimaal 4 weken overleggen met de vakbonden over
   eventuele voorgenomen ontslagen en de aanvraag voor ontslag niet eerder
   in dienen dan 4 weken nadat de WMCO melding aan de vakbeweging is
   gedaan;
- Een aanvraag indienen bij het UWV;
- Na afloop van de subsidieperiode cijfers aanleveren over de werkelijke
   omzetdaling (met een accountantsverklaring vanaf een nader te bepalen
   grensbedrag).

Berekening omzetverlies

Voor de berekening van het omzetverlies mag de onderneming zelf kiezen wanneer de periode van 3 maanden start. Dat kan per 1 juni, 1 juli of 1 augustus zijn. De omzet van de gekozen driemaandsperiode in 2020 wordt vergeleken met de gemiddelde omzet in 3 maanden uit 2019. Daarvoor wordt gekeken naar de jaaromzet in 2019 en die wordt gedeeld door 4. Als de onderneming een beroep heeft gedaan op de NOW 1.0 dan moet de driemaandsperiode die wordt gebruikt voor de NOW 2.0 aanvraag aansluiten op de periode die is gebruikt voor de NOW 1.0 aanvraag.

Voor het begrip omzet wordt aangesloten bij het jaarrekeningenrecht. Uitgangspunt is de netto-omzet.

Voor zowel de NOW 1.0 als de NOW 2.0 geldt dat subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis ontvangen als omzet meetellen. Dit geldt ook voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten die in verderop in deze nieuwsflits wordt beschreven. Bij de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming van de NOW 2.0 kan een nabetaling of terugvordering aan de orde zijn.

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het omzetverlies en bedraagt steeds 90% van het percentage aan omzetverlies. Dus bij het volledig wegvallen van de omzet (100% omzetverlies) bedraagt de subsidie 90% van de loonsom. Als het omzetverlies 50% is, bedraagt de subsidie 45% van de loonsom.

Boete bij ontslagaanvragen verzacht

Onder de NOW 1.0 regeling wordt het aanvragen van ontslag om bedrijfseconomische redenen sterk ontmoedigd. Als er ontslag wordt aangevraagd bij het UWV dan wordt bij het vaststellen van de definitieve subsidie 150% van het loon van de betreffende werknemer in minder gebracht op de subsidie. Daarbij wordt geen rekening gehouden met het omzetverlies van de onderneming, een bedrijf dat slechts 20% omzetverlies heeft (en dus 18% van de loonkosten aan subsidie claimt) wordt gekort voor 150% van de loonkosten. In de NOW 2.0 regeling blijft de boete bij ontslagaanvragen in stand, want bij de definitieve subsidievaststelling wordt de subsidie verminderd met 100% van het loon van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd. De boete is wel verzacht omdat 150% is gewijzigd in 100%.

Berekening loonsom

Voor iedere onderneming die een aanvraag indient voor NOW 2.0 wordt het voorschot op de subsidie berekend op basis van de loonsom van maart 2020. Het loon per werknemer wordt gemaximeerd tot € 9.538 per maand. Om ook rekening te houden met de werkgeverslasten (pensioenpremie, premie voor werknemersverzekeringen en reservering van vakantietoeslag) wordt het loon waarover de subsidie wordt berekend met 40% verhoogd. Bij de NOW 1.0 was er een verhoging voor de werkgeverslasten van 30%, dit is in de NOW 2.0 verhoogd naar 40%.

De uiteindelijke definitieve subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijke loonsom over de maanden juni, juli en augustus.

Aanpassing loonsom NOW 1.0 – tegemoetkoming seizoensinvloeden

Indien de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van driemaal januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling van de NOW 1.0 subsidie. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart. Hiermee gaat het totale subsidiebedrag voor de werkgever omhoog. De aanpassing leidt enkel tot aanvullende compensatie bij subsidievaststelling, de voorschotbetalingen van de NOW worden niet aangepast. De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden.

Concernregeling

Een onderneming die uit meerdere vennootschappen bestaat moet per loonheffingennummer een aanvraag indienen. Die aanvragen moeten wel allemaal zien op dezelfde periode van omzetverlies en het omzetverlies moet in alle aanvragen gelijk zijn. De reden daarvoor is dat het omzetverlies op concernniveau moet worden bepaald.

Ook ondernemingen die gebruik maken van meerdere loonheffingennummers moeten meerdere aanvragen doen omdat de aanvraag gekoppeld is aan het loonheffingennummer en de daarbij behorende loonsommen.

Werkmaatschappijen

Op 23 april is aangekondigd dat werkmaatschappijen zelfstandig een beroep op de loonkostensubsidie (NOW) mogen doen. Voorwaarde is dat er op concernniveau geen sprake is van meer dan 20% omzetverlies, maar voor de betrokken werkmaatschappij wél. Andere eisen: het concern mag geen bonussen of dividend uitbetalen en geen aandelen inkopen. Ook moet er een overeenkomst gesloten worden met de vakbond of personeelsvertegenwoordiging over werkbehoud en mag er geen aanvraag worden gedaan voor een personeels-BV binnen het concern. Tot slot gelden er administratieve waarborgen, zoals de eis dat er binnen het concern niet geschoven mag worden met omzet, personeelskosten of voorraden gereed product en mag het transfer pricing systeem niet aangepast worden.

Uitbetaling van de subsidie

Nadat een aanvraag is ingediend probeert het UWV om het voorschot van de subsidie binnen 3-4 weken uit te betalen. Het voorschot is 80% van het verwachte subsidiebedrag. Dit voorschot wordt in drie termijnen uitbetaald.

Verantwoording achteraf

Na afloop van de subsidieperiode moet de onderneming de werkelijke omzetdaling doorgeven aan het UWV. Ook wordt dan bekeken wat de werkelijke loonsom was in de maanden juni, juli en augustus. Aan de hand van deze informatie wordt de uiteindelijke definitieve subsidie bepaald en vindt er een afrekening plaats.

Voor ondernemers die alleen gebruik maken van de NOW 1.0 regeling kan de vaststelling van de definitieve subsidie vastgesteld worden vanaf 7 september.

Voor werkgevers die eveneens gebruik maken van NOW 2.0 is nog niet bekend wanneer de subsidie definitief vastgesteld wordt.

DGA

De NOW geeft een tegemoetkoming in de loonkosten voor alle werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De meeste DGA’s zijn dat niet. Er wordt geen subsidie verleend voor het loon van de DGA die niet verzekerd is.

Internationale aspecten

Voor de loonsom die gebruikt wordt voor de berekening van de subsidie tellen alle werknemers mee die in Nederland sociaal verzekerd zijn. Ook het loon van uitgezonden werknemers kan daardoor in aanmerking komen. Niet in aanmerking komen de loonkosten voor werknemers die in een ander land sociaal verzekerd zijn, ongeacht de vraag of zij in Nederland wonen of werken.

TEGEMOETKOMING VASTE LASTEN MKB (nieuwe regeling vanaf 1 juni 2020)

MKB-ondernemers in onder meer de horeca, recreatie, evenementen, kermissen, podia en theaters krijgen - bovenop de tegemoetkoming loonkosten (NOW) - een belastingvrije tegemoetkoming om hun vaste materiële kosten te kunnen betalen. Bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving (minimaal 30 procent) een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van 20.000 euro voor de maanden juni, juli en augustus. In aanmerking komen de getroffen sectoren uit de TOGS-regeling.

Deze bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten, en de mate van omzetderving een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van

20.000 euro voor drie maanden (tot 31 augustus 2020). De sectoren die onder de huidige TOGS vallen komen hiervoor in aanmerking. Let op: de toegang tot deze regeling begint pas bij een omzetverlies van minstens 30%.

Voorwaarden

Op dit moment zijn de exacte voorwaarden van deze regeling nog niet bekend. In ieder geval is zeker dat er sprake moet zijn van een omzetverlies van tenminste 30%.

Mocht u de TOGS regeling nog niet hebben aangevraagd (de regeling die dient ter tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers in de periode van maart tot en met mei), dan is dit tot 26 juni 2020 nog steeds mogelijk als u aan alle voorwaarden voldoet. Zie hiervoor de website van RVO: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/togs/voorwaarden

TIJDELIJKE OVERBRUGGINGSREGELING ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS (TOZO)

De TOZO is verlengd tot 31 augustus 2020. Er is echter een aanvullende voorwaarde toegevoegd in afwijking van de oude regeling. Zelfstandige ondernemers met & zonder personeel en DGA’s kunnen sinds vrijdag 27 maart de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) aanvragen bij de gemeente waar de ondernemer woonachtig is.

De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Dit sociale minimum bedraagt € 1.050 netto per maand voor alleenstaanden, voor gehuwden en samenwonenden bedraagt dit € 1.500 netto per maand. Op het moment dat beide partners ondernemer zijn, wordt maximaal het bedrag van € 1.500 uitgekeerd. Deze aanvulling geldt tot 31 augustus 2020.

De nieuwe ‘Tozo 2’-regeling zal een partnerinkomenstoets bevatten. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum zullen onder Tozo 2 geen aanspraak meer kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud. Op deze manier wordt de ondersteuning voor levensonderhoud gericht op het garanderen van het sociaal minimum op huishoudniveau. Bij de aanvraag voor Tozo 2 zal een verklaring worden gevraagd van de ondernemer en diens partner dat er sprake is van een situatie waarin het huishoudinkomen onder het sociaal minimum van € 1.500 terecht is gekomen als gevolg van de coronacrisis.

U kunt de ondersteuning aanvragen bij de gemeente waar u woonachtig bent. De gemeente zal bewijs opvragen om aan te tonen dat de bijstand noodzakelijk is. Per gemeente zijn er een aantal standaard documenten die u dient te verstrekken, echter werken alle gemeentes de regelgeving zelfstandig uit. Hierdoor kunnen de gevraagde documenten per gemeente verschillen.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden zijn van belang voor het gebruik maken van de TOZO:

- De onderneming moet voor 17 maart 2020 18:45 uur zijn ingeschreven bij
   de KvK;
- De onderneming wordt hoofdzakelijk in Nederland uitgeoefend;
- De regeling geldt voor inwoners van Nederlander vanaf 18 jaar tot AOW
   leeftijd die rechtmatig in Nederland wonen en verblijven;
- Er wordt voldaan aan het urencriterium van 1.225 uur in 2019. Mocht u
   nog geen jaar geleden gestart zijn met uw bedrijf dan dient u in de periode
   voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week in/aan uw bedrijf
   gewerkt te hebben;
- De ondersteuning is een aanvulling tot het bijstandsniveau. Mocht er een
   gedeeltelijke terugval zijn in het inkomen, dan wordt het inkomen deels
   aangevuld. Op het moment dat de ondernemer ook werkzaamheden in
   loondienst verricht, die het bijstandsniveau overtreffen, dan komt u niet
   in aanmerking voor de TOZO.

DGA

De Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) kan gebruik maken van de TOZO wanneer de vennootschap niet in staat is om het salaris van de DGA te betalen. Voor de DGA gelden ook bovenstaande eisen waaronder het urencriterium (zie hiervoor ook hierboven urencriterium). De DGA komt in aanmerking voor de TOZO wanneer deze een volledig financieel belang en de volledige zeggenschap heeft in de vennootschap. Dit is minimaal 50% van de aandelen tezamen met zijn partner.  

Over het eventueel verlagen van het gebruikelijk loon, zie het kopje gebruikelijk loon.

Overige opmerkingen

- In afwijking van de oude regeling wordt het inkomen van de partner
   meegenomen bij een aanvraag voor TOZO 2.
- Er zal geen vermogenstoets plaatsvinden zoals gebruikelijk bij de bijstand.
- De TOZO is zoals aangegeven een netto uitkering maar heeft wel invloed
   op het verzamelinkomen voor de inkomensafhankelijke toeslagen.
- Gemeentes gaan achteraf controleren of de TOZO rechtmatig is aangevraagd.
   Mocht na een controle blijken dat er sprake is van fraude dan zal er worden
   teruggevorderd met boetes.
- De inlichtingenplicht van de Participatiewet is van toepassing.
- Het is mogelijk om naast de TOZO gebruik te maken van een lening tot maximaal
   € 10.157 om de liquiditeitsproblemen op te lossen. Deze lening wordt verstrekt
   met een looptijd van maximaal drie jaar en een rentepercentage van 2%, waarbij
   de eerste aflossing plaatsvindt per 1 januari 2021. Mocht u al gebruik hebben
   gemaakt van deze lening, dan is het mogelijk om nog een keer deze lening aan te
   vragen. Bij het aanvragen van deze lening dient u te verklaren dat er geen
   surseance van betaling is of het in staat van faillissement verkeren.

Om te controleren of u in aanmerking komt voor de TOZO, kunt u de website www.krijgiktozo.nl bezoeken.

BIJZONDER UITSTEL VAN BETALING

Voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en de loonheffingen is het onder voorwaarden mogelijk uitstel van betaling te krijgen.

In het noodpakket 2.0 kunnen getroffen ondernemers een verzoek om uitstel van betaling aanvragen tot 1 september 2020. Iedere ondernemer die om uitstel vraagt, krijgt dat voor minimaal drie maanden.

Ondernemers die gebruikmaken van uitstel van betaling voor drie maanden, kunnen de periode verlengen. Echter moet de onderneming verklaren dat er geen dividenden en bonussen uitgekeerd worden en geen eigen aandelen ingekocht worden. Ook moet de ondernemer met cijfers aannemelijk maken dat de betalingsproblemen veroorzaakt worden door de corona crisis. Als de totale belastingschuld hoger is dan € 20.000, geldt als aanvullende eis dat er een verklaring van een derde moet komen. Deze derde kan zijn een externe consultant, financier, brancheorganisatie, accountant of belastingadviseur. Deze derde zal een liquiditeitsprognose moeten afgeven. Tevens kan de Belastingdienst vragen om aanvullende of onderbouwende informatie.

Het uitstel van betaling geldt voor beide verzoeken, langer of korter dan drie maanden, tot tenminste het moment dat de Belastingdienst heeft kunnen beslissen op het verzoek. Het uitstel van betaling voor 3 maanden, mits toegekend, zal duren zolang de Belastingdienst dit uitstel niet intrekt.

Zodra het uitstel eindigt, zal er een passende betalingsregeling worden geboden door de Belastingdienst.

Melding betalingsonmacht

Op het moment dat u de verschillende belastingen en heffingen niet kunt betalen is het belangrijk om een melding betalingsonmacht bij de belastingdienst in te dienen. De melding betalingsonmacht bij de omzetbelasting en/of loonheffingen dient ingediend te worden binnen 14 dagen na het einde van de reguliere betalingstermijn. Op het moment dat u een aanslag tussentijds (gedeeltelijk) betaalt, dient u opnieuw een melding betalingsonmacht in te dienen. Het is belangrijk om goed op de verschillende termijnen te letten.

Als u van dit uitstel gebruik wilt maken, neem dan contact op met uw contactpersoon bij Taxperience. Wij zullen dan in samenwerking met de betreffende specialisten binnen Taxperience de mogelijkheden onderzoeken en, wanneer mogelijk, het verzoek indienen.

BELASTING & INVORDERINGSRENTE EN VERZUIMBOETE

Invorderings- en belastingrente verlaagd naar 0,01% en geen verzuimboete opgelegd.

Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen verlaagt het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden.

Naast invorderingsrente worden ondernemers ook geregeld geconfronteerd met belastingrente. Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen. Om ondernemers tegemoet te komen zal het kabinet het percentage van de belastingrente ook tijdelijk verlagen naar 0,01%. De tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

De Belastingdienst heeft aangegeven de komende tijd geen verzuimboetes op te leggen voor het niet (tijdig) betalen van het verschuldigde bedrag en de geheven boetes terug te draaien. Dit in samenhang met het bijzonder uitstel van betaling. Aangezien de verzoeken tot uitstel van betaling handmatig moeten worden verwerkt  en verwacht wordt dat veel ondernemingen hier gebruikt van maken, kunnen de behandeltijden oplopen. Wij raden dus aan om tijdig en op de juiste wijze een verzoek in te dienen. Wij kunnen u hier uiteraard bij helpen.

De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tot 1 oktober 2020 verlaagd.

URENCRITERIUM

Om gebruik te maken van de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting geldt het zogenaamde urencriterium. Dit houdt in dat een ondernemer minimaal 1.225 uur in een kalenderjaar aan zijn onderneming moet besteden. Over de periode 1 maart 2020 tot 1 september 2020 wordt een ondernemer geacht ten minste 24 uren per week aan zijn onderneming te hebben besteed. Dit is ongeacht het feit of deze uren daadwerkelijk door de ondernemer zijn  besteed.

Deze maatregel is ingesteld om ondernemers tegemoet te komen die door de coronacrisis en de daaromtrent genomen maatregelen niet zouden voldoen aan het urencriterium.

De keuze voor 24 uren is logisch aangezien dit het wekelijks gemiddelde is van het jaarlijkse urencriterium van 1.225 met een afronding naar boven. Voor het verlaagde urencriterium wordt daarom gerekend met 16 uren per week.

Voor ondernemers die in een seizoensgebonden onderneming actief zijn, geldt dat er een aanvullende regeling komt om ook hen tegemoet te komen.

VERLAGEN GEBRUIKELIJK LOON

De Staatssecretaris heeft goedgekeurd dat indien een DGA te maken krijgt met een omzetdaling als gevolg van het coronavirus het gebruikelijk loon evenredig verlaagd mag worden zonder overleg met de inspecteur. Hierbij wordt de omzet van de eerste vier kalendermaanden van 2020  vergeleken met de omzet in dezelfde periode van 2019. Er moet voldaan worden aan de volgende drie voorwaarden.

1.  De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het
    lagere gebruikelijk loon.
2. Als de AB-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit de
    berekening, dan geldt het hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen
    als een BV voor de AB-werknemer gebruikmaakt van de NOW. Een eventuele
    uitkering op grond van de Tozo vormt geen genoten loon uit dienstbetrekking
    en heeft hierdoor geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
3. De goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020
    beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken zoals oprichting, staking,
    fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Bij bijzondere omstandigheden is het mogelijk om in overleg te treden met de fiscus om het gebruikelijk loon lager vast te stellen. Mocht u op basis van de voorwaarden geen gebruik kunnen maken van de verlaging van het gebruikelijk loon, neem dan contact op met uw adviseur van Taxperience zodat wij eventueel in overleg kunnen treden met de inspecteur.


EXCESSIEF LENEN BIJ EIGEN VENNOOTSCHAP

Zoals eerder door ons aangekondigd zou per 2022  de nieuwe wet excessief lenen bij de eigen vennootschap in werking treden. Deze wet wil leningen boven de € 500.000 (exclusief eigen woning lening) bij de eigen vennootschap ontmoedigen. Schulden die de drempel te boven gaan, zullen leiden tot belastingheffing.

Om de DGA langer de tijd te gunnen om de schulden aan de eigen vennootschap af te lossen en/of te verminderen voor invoering van de nieuwe wet, heeft het  Kabinet  besloten de inwerking met 1 jaar uit te stellen naar 1 januari 2023.


WERKKOSTENREGELING

Sinds 1 januari 2020 kent de vrije ruimte van de werkkostenregeling een tweeschijvensystematiek. Hierbij is het mogelijk om over een loonsom tot € 400.000, een onbelaste vergoeding aan de werknemers te geven van maximaal 1,7%. Over het meerdere van de loonsom geldt een lager percentage (1,2%). Door de coronacrisis is besloten om voor het jaar 2020 het hogere percentage van 1,7% verder te verhogen naar 3%. Het ministerie van Financiën wil werkgevers de mogelijkheid bieden om werknemers een extra onbelaste beloning te geven. Dat kan al tijdens de crisis of erna, zolang dit maar in 2020 plaatsvindt. De vergroting van de vrije ruimte van maximaal € 5.200 levert de werkgever een maximale besparing op van € 4.160 in 2020.


BETAALPAUZE VOOR HYPOTHEEKVERPLICHTING

Indien een consument door de coronacrisis zorgen krijgt over de betaalbaarheid van zijn hypotheek, kan deze met de kredietverstrekker in overleg een oplossing proberen te vinden. Het Kabinet heeft eerder al met kredietverstrekkers gesproken over mogelijkheden om hun cliënten tegemoet te komen.

Een betaalpauze van de rente en/of aflossing van de hypotheek voor 6 maanden zou tot ongewenste fiscale gevolgen kunnen leiden voor de hypotheekrenteaftrek. De staatssecretaris zal hiervoor  een tweetal besluiten uitvaardigen om te zorgen dat de hypotheekrenteaftrek ondanks deze betaalpauze van 6 maanden gewaarborgd wordt.


VERLIESVERREKENING – CORONA RESERVE

In de vennootschapsbelasting is verliesverrekening over de verschillende jaren mogelijk. Hierbij kan het verlies  1 jaar achteruit en 6 jaren vooruit verrekend worden. Dit betekent dat een verlies uit het jaar 2020 kan worden verrekend met de winst uit 2019. In deze situatie krijgt een belastingplichtige (een gedeelte van) de eerder afgedragen vennootschapsbelasting terug.

Stel dat de onderneming als gevolg van de coronacrisis flinke verliezen heeft gemaakt in 2020, dan kan de onderneming het verlies verrekenen bij het doen van zijn aangifte. De aangifte vennootschapsbelasting kan pas in 2021 ingediend worden en de verliesverrekening (met de winst uit 2019) wordt pas vastgesteld bij de definitieve aanslag. Dit kan drie jaar duren.

Om vennootschappen tegemoet te komen bied het Kabinet de mogelijkheid om in de aangifte over 2019 een fiscale reserve te vormen ter grootte van het verwachte verlies van 2020. Hierdoor wordt de fiscale winst lager en zal er een lager belastbaar bedrag ontstaan. De coronareserve kan niet groter zijn, dan de winst uit 2019. Door de fiscale reserve in 2019 reeds op te nemen in de aangifte, wordt het verlies verrekenmoment naar voren gehaald. Hierdoor zal de liquiditeitspositie van de vennootschap verbeteren.

Mocht u hiervan gebruik willen maken, neem dan contact op met uw adviseur voor de exacte voorwaarden en uitwerking van de regeling.


VERZOEK VERMINDERING VOORLOPIGE AANSLAG

Vermindering voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting is mogelijk.

Via de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, heft de Belastingdienst door het jaar heen, in termijnen de verwachte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Deze voorheffing wordt vervolgens bij de definitieve aangifte gecorrigeerd. Als een ondernemer verwacht een lagere winst te maken door het coronavirus, is het mogelijk de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting naar beneden bij te stellen. Hierdoor daalt de te betalen belasting meteen. De Belastingdienst zal deze verzoeken inwilligen. Let op, indien bij het doen van de definitieve aangifte een belasting verschuldigd is en deze aangifte is gedaan na 1 mei voor de inkomstenbelasting of 1 juli voor de vennootschapsbelasting, kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Deze rente is 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Deze rente wordt zoals hierboven aangegeven tijdelijk verlaagd.

Taxperience kan het verzoek voor vermindering van de voorlopige aanslag Inkomstenbelasting of Vennootschapsbelasting voor u opstellen en indienen. Neemt u hiervoor contact op met uw contactpersoon. Deze zal dan, in overleg met u, beoordelen wat de mogelijkheden zijn en daarna dit verzoek door de specialistische afdeling binnen Taxperience laten opstellen.

 
OVERIGE MAATREGELEN

Naast enkele fiscale maatregelen zijn er ook overige economische maatregelen aangekondigd.

Door de Nederlandse overheid zijn er zowel op nationaal als internationaal niveau nieuwe maatregelen aangekondigd om de economische gevolgen van het coronavirus te bestrijden. Hiertoe zijn in nationaal verband enkele concrete toezeggingen gedaan door de Nederlandse overheid. Het betreft de verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten, Borgstelling MKB-Landbouwkredieten, uitstel aflossingsverplichting & renteverlaging Qcredit en aanpassing van de WW premie. Ook is er een extra overbruggingskrediet voor kleine bedrijven geïntroduceerd, een steunpakket voor sportverenigingen evenals een aantal specifieke tegemoetkomingen voor land – en tuinbouwondernemers.

Tot slot is er duidelijk aangegeven dat indien nodig aanvullende maatregelen worden genomen.

Indien u vragen heeft over een van deze regelingen, neem dan even contact met ons op.

Dit document is opgesteld op 20 mei 20202

Klik hier voor print-versie