Neem Contact Op +31 (0) 73 64 88 990
Onze vestigingen 's-Hertogenbosch Amsterdam Moscow
  • linkedin link

De bedrijfsopvolgingsregeling opnieuw in het gedrang

Vier maanden geleden kondigden wij in onze nieuwsflits “De bedrijfsopvolgingsregeling – opties voor de toekomst?” al voorzichtig aan dat de bedrijfsopvolgingsregelingen zoals wij die nu kennen in de toekomst mogelijk versoberd zullen worden. Het initiatiefwetsvoorstel dat op 8 juni jongstleden is ingediend heeft het niet gehaald, maar het Belastingplan 2023 vertoont toch wel een aantal overeenkomsten. En, hetzelfde initiatiefwetsvoorstel ligt wéér op tafel… 

 

Het initiatiefwetsvoorstel bevat vijf wijzigingen waarvan vier de bedrijfsopvolging raken. Inmiddels is duidelijk dat één van de voorgestelde maatregelen waarschijnlijk vanaf 1 januari 2023 zijn intrede zal doen. Aan derden verhuurd vastgoed zal vanaf dat moment  worden aangemerkt als beleggingsvermogen voor de regeling in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956. De andere drie voorgestelde aanpassingen en hun impact worden hierna verder toegelicht.

Doorschuifregeling in de inkomstenbelasting afschaffen voor vererven of schenken aandelen

Voorgesteld wordt om de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting uit te sluiten voor de vererving of schenking van aandelenpakketten. Deze doorschuifregeling zorgt er momenteel voor dat u geen box 2 voordeel realiseert wanneer (een deel van) de aandelen in uw onderneming worden geschonken of vererven. De bedrijfsopvolger neemt als het ware uw ‘fiscale claim’ op de aandelen over. Door de doorschuifregeling niet langer toe te passen op aandelen zal bij vererving of schenking daarvan direct een belast vervreemdingsvoordeel worden gerealiseerd. In 2023 wordt dit belast tegen 26,9%. Vanaf 2024 zal dit voordeel op basis van het Belastingplan 2023 – indien meer dan € 67.000 – worden belast tegen een tarief van 31%.

Kleine aandelenpakketten uitsluiten van de bedrijfsopvolgingsregeling

Wanneer aandelen vererven naar of worden geschonken aan de volgende generatie, dan is daar in beginsel erf- of schenkbelasting over verschuldigd. Wanneer de aandelen een belang van 5% of meer vertegenwoordigen, dan kan een beroep worden gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956. Deze regeling zorgt ervoor dat een deel van de schenking (voorwaardelijk) is vrijgesteld van heffing van erf- of schenkbelasting.

Voorgesteld wordt om aandelenpakketten die een belang kleiner dan 25% vertegenwoordigen uit te sluiten van die regeling, om zo het bereik ervan te beperken.

Uitsluiten van cumulatief preferente aandelen van de bedrijfsopvolgingsregeling

Het uitgeven van cumulatief preferente aandelen is een manier om de bedrijfsopvolging vorm te geven, bijvoorbeeld wanneer ouders het ingebrachte vermogen nog wat langer aan de onderneming ter beschikking willen stellen, maar de volgende generatie al wel wil laten meedelen in de winst. De cumulatief preferente aandelen kunnen momenteel met toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling aan de volgende generatie (de houders van de gewone aandelen) worden overgedragen.  Uit het initiatiefwetsvoorstel blijkt dat het voornemen bestaat cumulatief preferente aandelen uit te sluiten van toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling. Overdracht van deze aandelen zal dan belast zijn met 10 tot 20% schenk- of erfbelasting.

Verlagen vrijstelling bedrijfsopvolgingsregeling naar 25%

Tot slot wordt een verlaging van de vrijstelling voorgesteld naar 25%. De huidige regeling stelt ruim   € 1.1 miljoen voor 100% vrij. Het restant is voor 83% vrijgesteld. In het initiatiefwetsvoorstel wordt voorgesteld slechts 25% van de waarde van de onderneming vrij te stellen van erf- of schenkbelasting. Over het restant van de waarde is belasting verschuldigd waarvoor rentedragend uitstel kan worden verleend.

Stel uw onderneming is €1 miljoen waard. Onder toepassing van de huidige regeling is geen erf- of schenkbelasting verschuldigd wanneer het vermogen over gaat naar de volgende generatie. Onder toepassing van de voorgestelde regeling zou slechts € 250.000 zijn vrijgesteld. Over een bedrag van € 750.000 is de volgende generatie dan erf- of schenkbelasting verschuldigd van 10 procent respectievelijk 20% voor zover de verkrijging meer bedraagt dan € 130.000. Dat is toch een aanzienlijk verschil!

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Dacht u al na over een mogelijk bedrijfsoverdracht of juist nog helemaal niet? Dan is het raadzaam niet langer te wachten met het inwinnen van de benodigde adviezen. Neem contact met ons op om uw situatie te bespreken en samen naar de mogelijkheden te kijken. Het initiatiefwetsvoorstel is de vorige keer afgewezen, maar twee van de vijf elementen zitten toch in het huidige belastingplan. Het is niet uitgesloten dat meer elementen zullen volgen.