Contact Us +31 (0) 73 64 88 990
  • linkedin link

De Wet excessief lenen bij de vennootschap vanaf 1 januari 2023

Per 1 januari 2023 zal de Wet excessief lenen in werking treden.

Onderstaand treft u de hoofdlijnen van de wetsvoorstel aan.

Naar aanleiding van het wetsvoorstel moeten aanmerkelijkbelanghouders (DGA’s) vanaf 1 januari 2023 in box 2 inkomstenbelasting betalen voor zover ze op 31 december van het desbetreffende jaar meer dan € 500.000 lenen van de eigen vennootschap. Dit houdt in dat de schulden, voor zover deze het bedrag van € 500.000 te boven gaan, zullen worden aangemerkt als een fictief voordeel en derhalve worden belast tegen het dan geldende tarief in box 2 (26,9% in 2021).

Schulden

Alle soorten schulden worden meegeteld voor de berekening van het fictieve voordeel. Er wordt slechts een uitzondering gemaakt voor de schuld die is aangegaan voor de eigen woning en voor zover deze voldoet aan de vereisten van de eigenwoningschuld zoals opgenomen in de Wet Inkomstenbelasting. Voor een nieuwe eigenwoninglening zal daarnaast vanaf 1 januari 2023 de voorwaarde worden gesteld dat er een hypotheek wordt gevestigd ten gunste van de vennootschap.

Opmerking:

- De lening die is aangewend voor de eigen woning, dient te voldoen aan de
  vereiste voorwaarden om als eigenwoningschuld te kwalificeren. Zo kunnen
  aflossingsvrije schulden die na 2013 zijn aangegaan niet kwalificeren als een
  eigen woningschuld, maar annuïtaire en lineaire leningen wel. Aflossingsvrije
  leningen die voor 2013 zijn aangegaan kwalificeren wel als een eigen
  woningschuld.

- De Wet excessief lenen is dus niet enkel van toepassing op rekeningcourant-
  schulden, maar ook op andere leningen. Gedacht kan worden aan leningen die
  zijn aangegaan ten behoeve van de aankoop van onroerende zaken en de
  aanschaf van een effectenportefeuille.

Drempel van € 500.000.

De drempel van € 500.000 is van toepassing voor de DGA en zijn of haar partner gezamenlijk.

Indien ook verbonden personen (zoals bijvoorbeeld ouders of kinderen) en hun partner(s)) meer dan  € 500.000 lenen van de vennootschap, wordt het meerdere meegeteld voor de berekening van de drempel van € 500.000.

Opmerking:

- Schulden aan verbonden vennootschappen worden bij elkaar opgeteld.

- Het drempelbedrag van € 500.000 geldt als startpunt. Daarna wordt de drempel
  verhoogd met het bedrag waarover reeds inkomstenbelasting is betaald.
  Zodoende wordt voorkomen dat een overschrijding van het drempelbedrag meer
  dan éénmaal wordt belast.